DE FISCUS KOMT LANGS, BEREID JE VOOR (blog 113)   

Doe je huiswerk en werk mee. Dat is het devies als je de boodschap krijgt dat de belastinginspecteur langskomt. Meewerken is in je eigen voordeel want als je onvoldoende informatie geeft, zal de inspecteur naar eigen inzicht een aanslag maken en dat pakt nooit beter uit! Het is aan jou om te bewijzen dat de opgelegde aanslag incorrect is en dat is altijd moeilijker.
Je hebt informatieplicht maar dat betekent niet dat je op alle vragen antwoord hoeft te geven. Ook zwijgen is toegestaan. Let op, gesteggel met de belastingdienst laat je altijd over aan een deskundige (boekhouder, accountant, belastingadviseur/fiscalist).

Voor de belastingdienst is niets veilig. Indien de inspecteur aan je boekhouder informatie vraagt over jouw activiteiten is hij verplicht deze over te dragen. Er geldt hier geen geheimhoudingsplicht. Wel moet hij jou hiervan op de hoogte stellen. Als hij vragen stelt over een collega-ondernemer ben je verplicht naar waarheid te antwoorden! Bijvoorbeeld als er iets ondershands verhandeld is. Wat mag hij vragen? Dat kan van alles zijn. Hij is vooral geïnteresseerd in jouw onderneming en je cijfers, hij vergelijkt je cijfers met die in de branche. Het kan zijn dat hij iets vreemds gevonden heeft bij een collega-ondernemer. Hij is aan de inkomstenkant geïnteresseerd in de omzetbelasting en aan de kostenkant of privékosten gedeclareerd zijn die niet bij de onderneming horen. Dat kan een bekeuring zijn die op de zaak is geschreven maar wel parallel moet lopen aan je rittenadministratie maar ook een bon van een privé kerstdiner. Voor de belastingdienst zijn zulke dingen eenvoudig te controleren. Dat doen ze bijvoorbeeld door de overzichten op te vragen van leasemaatschappijen en tankpassen. Als je personeel hebt, is hij vooral geïnteresseerd in de secundaire arbeidsvoorwaarden.
Doe goed je huiswerk. Bij de meeste controles gaat het vooral om zaken als voorraadwaardering, methode van winstbepaling, snelheid van afschrijving, berekening van pensioenvoorziening, representatiekosten, btw, enzovoort. Houd alle papieren bij de hand want de belastinginspecteur houdt er niet van om jouw archieven door te spitten omdat jij je zaakjes niet op orde hebt (zoals veel zzp’ers). Hier heb je een lijst om af te vinken of je alles bij de hand hebt:

  1. verkoopfacturen en inkoopbonnen
  2. kasadministratie
  3. bankafschriften
  4. specificaties over de vorderingen, schulden, voorzieningen, voorraden en passiva en activa
  5. alle overeenkomsten (huur-) en andere verplichtingen
  6. agenda’s en rittenadministratie
  7. de complete privé-administratie van de laatste jaren
  8. alles wat je aan inkoop- en verkoopadministratie hebt in je financiële pakket of andere computeropslag
  9. notulen over belangrijke beslissingen (bijvoorbeeld contracten met financiers)
  10. jaarverslagen en balansen van de laatste 5 jaar
  11. gebruiksaanwijzing softwarepakket

Zorg voor voldoende koffie!

maart 27th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor DE FISCUS KOMT LANGS, BEREID JE VOOR (blog 113)   

HOE VIND JE DE JUISTE VESTIGINGSPLAATS? (blog 726)

Indien je van start gaat en je wilt je vestigen in de detailhandel is de locatie van je vestiging een belangrijk concurrentiewapen. Als je iets wilt produceren of een groothandel beginnen is de plek waar je je vestigt van weinig belang. Een goedkope locatie die gemakkelijk toegankelijke aan- en afvoermogelijkheden heeft met gratis parkeergelegenheid maakt al snel een goede kans. Ook het uiterlijk van de vestiging speelt geen grote rol. Als je echter zelf je je producten aan de man gaat brengen via een winkel spelen er een heleboel zaken waar je rekening mee dient te houden. Indien je onderneming minder afhankelijk is van een aantrekkelijke winkellocatie binnen de regio zoals kapster, fysiotherapeut, belastingadviseur of schoenmaker waarbij de klant wel de moeite neemt om naar je toe te komen speelt het geen rol maar start je een winkel in olijven of sokken is het handig dat men je bij het winkelen tussen de andere klantentrekkers tegen komt en daardoor aan jouw producten herinnerd wordt. Toch vestigt een notaris of jurist zich weer niet op een bedrijventerrein terwijl je daar wel speciaal naar toe rijdt. Ander voorbeeld? Groente van de boer verkoop je vanuit een boerderij en niet vanuit een appartement. De locatie moet dus voldoen aan de verwachting die je erbij hebt. In de detailhandel spreekt men dikwijls van een locatie-formule. Bij die formule zijn drie zaken belangrijk:

Het assortiment bepaalt of je in een drukke of afgelegen winkellocatie moet zitten.                                                          De doelgroep speelt een belangrijke rol. Een snoep- of speelgoedwinkel wil graag in een winkel in een kinderrijke buurt. De marktpositie heeft ook invloed. Indien je je aan de bovenkant van de markt positioneert gaat wil je dat de kant niet op bezoek komt in een achterstandswijk. De klant vindt het helemaal niet erg als winkels met hetzelfde assortiment vlak bij elkaar zitten. Het werkt juist klantversterkend als een paar schoenwinkels elkaars buren zijn. Dan hoeft hij niet de buurt door als hij niet bij de eerste winkel niet kan slagen. Waarom denk je dat alle meubelzaken aan een woonboulevard liggen en alle doe-het-zelfzaken bij elkaar liggen? Trouwens, wat denk je van garagebedrijven? Let dus bij het zoeken naar een vestigingsplaats op de volgende aspecten:

  1. Het totale vloeroppervlak, winkel- en magazijnruimte
  2. Herkenbaarheid en zichtbaarheid
  3. Bereikbaarheid voor klanten. Is er openbaar vervoer en gratis parkeergelegenheid
  4. Bereikbaarheid voor leveranciers (laden/lossen), ook achterom?
  5. Aanwezigheid van klantafstotende bedrijven, bijvoorbeeld door stankoverlast zoals tankstation,patatkraam of vishandel
  6. Aanwezigheid van klant-aantrekkende bedrijven als warenhuizen of supermarkten
  7. Gelden er speciale belastingtarieven of zijn er wellicht subsidiemogelijkheden?
  8. Hoe staat het met de veiligheidseisen zoals sprinklerinstallatie en toegankelijkheid van de brandweer of ambulance? Is er de vereiste nooduitgang aanwezig?
  9. Laat het bestemmingsplan verbouwing of uitbreiding toe?
maart 26th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor HOE VIND JE DE JUISTE VESTIGINGSPLAATS? (blog 726)

WAT ALS IK GA STOPPEN? (blog 711)

Je werkt hard maar het zit tegen. De nichemarkt blijkt niet aanwezig of wordt snel door grote firma’s ingenomen. Je wordt ziek of krijgt met andere tegenslagen te maken. Het blijkt dat je geen ondernemersbloed hebt of dat je de aanwezige middelen hebt overschat. Wat staat je te doen? Stoppen kun je niet alleen. Raadpleeg je adviseur, accountant, bankier of jurist zodat je op een correcte wijze de zaak afsluit, zonder dat jaren later de fiscus om de hoek komt met een naheffing waar je zeker niet meer op gerekend hebt. Hier de vier belangrijke punten:

  1. Verkopen of overdragen. Stoppen met een eenmanszaak (zzp’er) is eenvoudig. Als de zaak niet echt van de grond komt en jij weer in loondienst wilt, hoef je je slechts uit te schrijven uit het Handelsregister. Je mag dan de bedrijfsmiddelen verkopen (auto, laptop, machines etc.) en de opbrengsten houden. Uiteraard blijf je verantwoordelijk voor het betalen van de bedrijfsschulden. Indien je een b.v. bezit, is het nog eenvoudiger door de aandelen aan een opvolger te verkopen. Over de opbrengst dien je dan 25% inkomstenbelasting te betalen (de zogenaamde Aanmerkelijk Belangheffing).
  2. Surseance van betaling. Indien de kosten erg hoog oplopen in vergelijking met de inkomsten, kan er een moment komen dat je in de nabije toekomst de nodige rekeningen (de belastingen niet te vergeten) niet meer kunt betalen. Dan kun je om uitstel van betaling vragen (surseance van betaling). Dat verzoek kun je bij de arrondissementsrechtbank indienen. Die verleent dan onmiddellijk voorlopig uitstel en benoemt een bewindvoerder. Die beheert samen met jou het vermogen. Het uitstel duurt anderhalf jaar waarin jij de kans krijgt de zaak weer op de rit te krijgen. Indien het lukt om je schuldeisers te betalen, zal de rechtbank de surseance opheffen.
  3. Een vervelend punt van zakendoen is dat iedereen, een natuurlijk persoon, een vereniging, een stichting, een vennootschap of firma failliet kan gaan. Als iemand onmachtig is om te betalen, treedt de faillissementswet in werking. Een rechter zal diegene failliet verklaren. Dat kan pas als er twee of meer schuldeisers zijn. Het faillissement kan worden aangevraagd door een of meer crediteuren en de schuldenaar zelf. Bij een faillietverklaring zal de rechtbank een curator en een rechter-commissaris benoemen. De curator wordt belast met de afwikkeling van het faillissement. De rechter-commissaris is een rechter die toezicht houdt op de curator tijdens het faillissement. Indien jij met een eenmanszaak failliet gaat, zal minimaal de noodzakelijke huisraad en de gereedschappen, benodigd voor de uitoefening van je beroep, buiten het faillissement vallen.
  4. De overeenkomst. Partijen moeten de afspraken die voortvloeien uit de faillissementsovereenkomst nakomen. Indien ze dat niet doen, is er sprake van toerekenbare tekortkoming of wanprestatie. De schuldeiser kan nakoming van de overeenkomst dan wel ontbinding van de overeenkomst eisen, al dan niet met schadevergoeding. Bij overmacht is geen schadevergoeding mogelijk.
maart 26th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor WAT ALS IK GA STOPPEN? (blog 711)