HOE VIND JE DE JUISTE VESTIGINGSPLAATS? (blog 726)

Indien je van start gaat en je wilt je vestigen in de detailhandel is de locatie van je vestiging een belangrijk concurrentiewapen. Als je iets wilt produceren of een groothandel beginnen is de plek waar je je vestigt van weinig belang. Een goedkope locatie die gemakkelijk toegankelijke aan- en afvoermogelijkheden heeft met gratis parkeergelegenheid maakt al snel een goede kans. Ook het uiterlijk van de vestiging speelt geen grote rol. Als je echter zelf je je producten aan de man gaat brengen via een winkel spelen er een heleboel zaken waar je rekening mee dient te houden. Indien je onderneming minder afhankelijk is van een aantrekkelijke winkellocatie binnen de regio zoals kapster, fysiotherapeut, belastingadviseur of schoenmaker waarbij de klant wel de moeite neemt om naar je toe te komen speelt het geen rol maar start je een winkel in olijven of sokken is het handig dat men je bij het winkelen tussen de andere klantentrekkers tegen komt en daardoor aan jouw producten herinnerd wordt. Toch vestigt een notaris of jurist zich weer niet op een bedrijventerrein terwijl je daar wel speciaal naar toe rijdt. Ander voorbeeld? Groente van de boer verkoop je vanuit een boerderij en niet vanuit een appartement. De locatie moet dus voldoen aan de verwachting die je erbij hebt. In de detailhandel spreekt men dikwijls van een locatie-formule. Bij die formule zijn drie zaken belangrijk:

Het assortiment bepaalt of je in een drukke of afgelegen winkellocatie moet zitten.                                                          De doelgroep speelt een belangrijke rol. Een snoep- of speelgoedwinkel wil graag in een winkel in een kinderrijke buurt. De marktpositie heeft ook invloed. Indien je je aan de bovenkant van de markt positioneert gaat wil je dat de kant niet op bezoek komt in een achterstandswijk. De klant vindt het helemaal niet erg als winkels met hetzelfde assortiment vlak bij elkaar zitten. Het werkt juist klantversterkend als een paar schoenwinkels elkaars buren zijn. Dan hoeft hij niet de buurt door als hij niet bij de eerste winkel niet kan slagen. Waarom denk je dat alle meubelzaken aan een woonboulevard liggen en alle doe-het-zelfzaken bij elkaar liggen? Trouwens, wat denk je van garagebedrijven? Let dus bij het zoeken naar een vestigingsplaats op de volgende aspecten:

  1. Het totale vloeroppervlak, winkel- en magazijnruimte
  2. Herkenbaarheid en zichtbaarheid
  3. Bereikbaarheid voor klanten. Is er openbaar vervoer en gratis parkeergelegenheid
  4. Bereikbaarheid voor leveranciers (laden/lossen), ook achterom?
  5. Aanwezigheid van klantafstotende bedrijven, bijvoorbeeld door stankoverlast zoals tankstation,patatkraam of vishandel
  6. Aanwezigheid van klant-aantrekkende bedrijven als warenhuizen of supermarkten
  7. Gelden er speciale belastingtarieven of zijn er wellicht subsidiemogelijkheden?
  8. Hoe staat het met de veiligheidseisen zoals sprinklerinstallatie en toegankelijkheid van de brandweer of ambulance? Is er de vereiste nooduitgang aanwezig?
  9. Laat het bestemmingsplan verbouwing of uitbreiding toe?
maart 26th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor HOE VIND JE DE JUISTE VESTIGINGSPLAATS? (blog 726)

WAT ALS IK GA STOPPEN? (blog 711)

Je werkt hard maar het zit tegen. De nichemarkt blijkt niet aanwezig of wordt snel door grote firma’s ingenomen. Je wordt ziek of krijgt met andere tegenslagen te maken. Het blijkt dat je geen ondernemersbloed hebt of dat je de aanwezige middelen hebt overschat. Wat staat je te doen? Stoppen kun je niet alleen. Raadpleeg je adviseur, accountant, bankier of jurist zodat je op een correcte wijze de zaak afsluit, zonder dat jaren later de fiscus om de hoek komt met een naheffing waar je zeker niet meer op gerekend hebt. Hier de vier belangrijke punten:

  1. Verkopen of overdragen. Stoppen met een eenmanszaak (zzp’er) is eenvoudig. Als de zaak niet echt van de grond komt en jij weer in loondienst wilt, hoef je je slechts uit te schrijven uit het Handelsregister. Je mag dan de bedrijfsmiddelen verkopen (auto, laptop, machines etc.) en de opbrengsten houden. Uiteraard blijf je verantwoordelijk voor het betalen van de bedrijfsschulden. Indien je een b.v. bezit, is het nog eenvoudiger door de aandelen aan een opvolger te verkopen. Over de opbrengst dien je dan 25% inkomstenbelasting te betalen (de zogenaamde Aanmerkelijk Belangheffing).
  2. Surseance van betaling. Indien de kosten erg hoog oplopen in vergelijking met de inkomsten, kan er een moment komen dat je in de nabije toekomst de nodige rekeningen (de belastingen niet te vergeten) niet meer kunt betalen. Dan kun je om uitstel van betaling vragen (surseance van betaling). Dat verzoek kun je bij de arrondissementsrechtbank indienen. Die verleent dan onmiddellijk voorlopig uitstel en benoemt een bewindvoerder. Die beheert samen met jou het vermogen. Het uitstel duurt anderhalf jaar waarin jij de kans krijgt de zaak weer op de rit te krijgen. Indien het lukt om je schuldeisers te betalen, zal de rechtbank de surseance opheffen.
  3. Een vervelend punt van zakendoen is dat iedereen, een natuurlijk persoon, een vereniging, een stichting, een vennootschap of firma failliet kan gaan. Als iemand onmachtig is om te betalen, treedt de faillissementswet in werking. Een rechter zal diegene failliet verklaren. Dat kan pas als er twee of meer schuldeisers zijn. Het faillissement kan worden aangevraagd door een of meer crediteuren en de schuldenaar zelf. Bij een faillietverklaring zal de rechtbank een curator en een rechter-commissaris benoemen. De curator wordt belast met de afwikkeling van het faillissement. De rechter-commissaris is een rechter die toezicht houdt op de curator tijdens het faillissement. Indien jij met een eenmanszaak failliet gaat, zal minimaal de noodzakelijke huisraad en de gereedschappen, benodigd voor de uitoefening van je beroep, buiten het faillissement vallen.
  4. De overeenkomst. Partijen moeten de afspraken die voortvloeien uit de faillissementsovereenkomst nakomen. Indien ze dat niet doen, is er sprake van toerekenbare tekortkoming of wanprestatie. De schuldeiser kan nakoming van de overeenkomst dan wel ontbinding van de overeenkomst eisen, al dan niet met schadevergoeding. Bij overmacht is geen schadevergoeding mogelijk.
maart 26th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor WAT ALS IK GA STOPPEN? (blog 711)

WERKRUIMTE KIEZEN IS  NIET ZO SIMPEL (blog 721)        

Je hebt definitief besloten om te starten met je werkzaamheden, je activiteiten, je verkoop of je advies. Nu nog de werkruimte vinden die je als zzp’er nodig hebt. Al is het maar een rustige kamer voor jezelf als startend schrijver! De eerste gedachte die bij je opkomt is: waarom niet vanuit huis? Het antwoord is simpel: ja doen, maar er komt nog wel wat bij kijken als het tenminste een passende oplossing is voor je kantoor/werkplaatsprobleem. Gaat het bij jou om een huurhuis, dan is die garage, zolder of slaapkamer volgens de definitie van de fiscus werkruimte. In dit geval kun je alle kosten die je maakt voor de huur, de verlichting en verwarming, inrichting, verzekering enz. van de belasting aftrekken. De oppervlakte van de werkruimte is daarbij bepalend voor de aftrekhoogte. Een ruimte in je koophuis wordt lastiger.

  1. Bepaal eerst of het wel aantrekkelijk is om je eigen huis tot bedrijfsruimte te maken. Dan is je bedrijf eigenaar en bij verkoop zal (bij een grote waardestijging) de winst van het pand als winst van de onderneming worden aangemerkt, dus belasting betalen. Bij privébezit zal de winst bij de verkoop geheel belastingvrij zijn.
  2. Indien de woning niet van jou is maar van je bedrijf (aangebouwde werkplaats of atelier) mag je de onderhoudskosten wel aftrekken maar bij privébezit weer niet. Ook mag je voor de bedrijfsruimte 2% van de koopsom per jaar aftrekken als afschrijving.
  3. Het is toegestaan om 4% van de waarde van de bedrijfsruimte als huur van je inkomen af te trekken. Bedrijfsruimte komt namelijk in box 3 en de fiscus verwacht dat je 4% rente weet te maken.
  4. Indien je je pand verbouwt (bijvoorbeeld een extra aanbouw als werkplaats), dan mag je de rente niet meer aftrekken, maar je mag wel 2% per jaar afschrijven op de aanbouw en 4% van de waarde ervan als huur van je inkomen aftrekken. Voorbeeld: Je laat voor 100.000 euro een werkplaats aanbouwen. (in privé-eigendom). Dan mag je de rente (bijvoorbeeld 3%) aftrekken van je inkomen en de winst bij verkoop is voor jou privé onbelast. Als je de aanbouw in je bedrijf stopt, mag je wel 2% afschrijven en 4% van de waarde als huur van je inkomen aftrekken.
  5. Als je geen hypotheek nodig hebt en de ruimte stijgt in waarde dan ga je vermogensrendementsheffing betalen en bij verkoop staat de belastingdienst voor je deur om de winstbelasting op te eisen.
  6. Het is heel nuttig om met de belastinginspecteur te overleggen of de berekening die jullie samen hebben gemaakt volgens hem correct is want ook de mensen van de belastingdienst interpreteren de regels niet allemaal hetzelfde.

Conclusie: Om te beslissen of je moet kopen, huren of verbouwen moet je eerst veel rekenen (samen met je accountant) maar de doorslag zal waarschijnlijk geven of je het pand voor een lange of slechts een korte periode wilt bezitten of gebruiken.

februari 27th, 2021|Reacties uitgeschakeld voor WERKRUIMTE KIEZEN IS  NIET ZO SIMPEL (blog 721)